Het financiële lef van kmo’s rendeert

Het grote verschil tussen kmo’s en hun publieke tegenhangers? Kleine bedrijven bouwen veelal op een fundament van eigen middelen. Dat financiële detail is meer dan een noodzaak, het is een forte. Skin in the game, zo bewijst wetenschappelijk onderzoek, maakt betere bedrijven.

Over de oorsprong van skin in the game bestaat discussie, maar de meest poëtische linkt ze aan William Shakespeare’s toneelstuk “De Koopman van Venetië”. Daarin eist antagonist Shylock van hoofdrolspeler Antonio een “pond van zijn eigen vlees” als borg, in het geval dat Antonio’s vriend Bassanio zijn lening niet kan afbetalen. Die letterlijke betekenis verbasterde naar het figuurlijke vel: persoonlijk monetair risico nemen om je doel te halen.

Precies dat persoonlijke monetaire risico is een typische eigenschap van kmo’s. De reden is minder poëtisch dan Shakespeare: bedrijven met minder dan 250 werknemers en een jaaromzet lager dan 50 miljoen euro hebben simpelweg minder toegang tot kapitaalmarkten. Ze dragen hogere risico’s en zijn, zeker in de opstartfase, meer afhankelijk van hun eigen winstreserves voor groei en continuïteit.

Maar dat verschil is meer dan een financiële noodzaak: het is ook een indicator van goed ondernemerschap.

Elf jaar geleden onderzochten drie Amerikaanse onderzoekers de rol van eigen middelen in bedrijfssucces bij ruim 1.200 startende ondernemers. Hun conclusie, gepubliceerd in Academy of Entrepreneurship Journal in 2015: niet het absolute bedrag dat startende ondernemers investeren, maar het aandeel van hun eigen middelen in dat bedrag, bepaalt hun kans op slagen. Hoe meer skin in the game, hoe groter de kans op fame.

We zien wel

Toegegeven: wie een bedrijf start of leidt, zet altijd iets op het spel. Tijd, energie, persoonlijke reputatie. Waarom is juist het financiële risico een indicator voor betere besluitvorming?

Meer nog dan reputatie of tijd, zien we dat het feit dat je je eigen geld investeert een gezonde rem vormt voor roekeloos gedrag. Anders gezegd: met skin in the game gaan bedrijfsleiders gemiddeld gezien zorgvuldiger om met risico’s. Er wordt meer consciëntieus omgegaan met klanten en ze springen niet zomaar op elke trein, toch niet zonder af te wegen of de opportuniteit echt loont. Ook stimuleert het financiële risico langetermijndenken. Wanneer er geen vangnet is, ben je minder geneigd om te focussen op snelle winst. De nadruk ligt dan op strategieën die op termijn een beter rendement opleveren.

Waar energie en zelfs reputatie een opdoffer verdragen, is dat bij persoonlijk kapitaal minder het geval. Voor een “we zien wel” gooit niemand zijn spaarcenten in de strijd.

Maar het belangrijkste argument is het eenvoudige feit dat het op het spel zetten van eigen middelen blijk geeft van een stellig geloof en motivatie.  Ondernemers gaan hun eigen (financiële) vel niet riskeren als ze niet 100 procent geloven in hun idee en businessmodel. Waar energie en zelfs reputatie een opdoffer verdragen, is dat bij persoonlijk kapitaal minder het geval. Voor een “we zien wel” gooit niemand zijn spaarcenten in de strijd.

Het beste bewijs voor de link tussen persoonlijk financieel risico en goed ondernemerschap, is dat het steeds vaker wordt gekopieerd door grote bedrijven als incentive. In corporate omgevingen is het bijvoorbeeld steeds meer gebruikelijk om topmanagers (deels) te verlonen in aandelenpakketten, die ze gedurende de eerste jaren niet mogen cashen. Dit precies om langetermijndenken te stimuleren en als natuurlijke rem op onethische bedrijfsvoering.

Business Angels

Voor je verkeerde conclusies trekt: wat geldt in de ene richting, geldt niet per se in de andere. Externe financiering is géén indicatie voor slecht ondernemerschap. Meer zelfs, in groeifases zijn bankkredieten, durfkapitaal, business angels, crowdlending en leningen van familie of vrienden – of een combinatie van dat alles – absoluut nodig om te kunnen schalen.

Maar in een wereld waar de grootte van kapitaalrondes een graadmeter is voor publiek applaus, mogen we wat vaker licht schijnen op het financiële lef van de 1,18 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen, waar ondernemers elke dag hun skin in the game gooien voor een project waar ze in geloven.